Op donderdag 29 juli is Plein Loods 24 officieel geopend door burgemeester Opstelten. Tijdens deze plechtigheid zijn er Joodse liederen gezongen, gedichten voorgelezen en is er een minuut stilte gehouden. Tevens is het lichtobject van Pieter Figdor in werking gesteld.
Een dag later, op 30 juli 1999,
verschijnt onderstaand artikel in het Rotterdams Dagblad
Zuilen van licht op een landtong
Door G. Ligtenberg
ROTTERDAM – Loods 24 bestaat niet meer. Zij is net zo definitief verdwenen als de duizenden Joden die zich er ooit verzamelden voor een laatste reis „in een trein vol doden.” Een nietszeggende grasvlakte tussen twee flatgebouwen en een klein stukje muur aan de Maas herinneren aan de deportatie van 12.000 Joden uit Rotterdam. Vijf gele masten lichten op in de avond.
De naam van Loods 24 is aan de vergetelheid ontrukt. De gemeente heeft een plein vernoemd naar het macabere gebouw. Een vurige wens van stichting Comité Loods 24. Te zien is er bijna niets. Het verleden lijkt definitief uitgewist. Vanaf deze plek zijn 12.000 Joden uit Rotterdam en omgeving weggevoerd naar Westerbork en verder naar de vernietigingskampen. „Het was een gemakkelijke plaats”, zegt rabbijn mr. M. ten Brink. „Loods 24 lag afgelegen, het was rustig op deze landtong in Rotterdam-Zuid. Bovendien was er een spoorlijn. De treinen kenden één dienstregeling, maakten steeds één enkele reis.” Weinigen keerden terug.
De liberaal-Joodse rabbijn beschouwt het plein als „een herinnering aan de moord op ons volk.” Elk jaar komen nabestaanden naar deze zwaarbeladen plaats om te gedenken. Op of rond 30 juli, de dag waarop de eerste Joden in 1942 „als goederen” werden weggevoerd. Deze herdenking –de zevende– krijgt een bijzondere glans. Burgemeester mr. I. Opstelten neemt een verlichtingsobject in gebruik. Het spel van licht en kleur geeft Plein Loods 24 een onwezenlijk karakter.
De vijf masten vormen in het donker een koepel van licht met uitwaaierende vlekken op het plein. „Uw Woord is een lamp voor onze voet, een licht op onze weg”, citeert rabbijn Ten Brink de psalmdichter. „Op deze plek kunnen we een verbinding maken tussen verleden, heden en toekomst. Wie niet leert van het verleden is kansloos. Zuilen van licht herinneren aan de zielen van de weggevoerden. Voor hen was er geen heden en geen toekomst meer. Toch is het licht symbool van de toekomst. In Rotterdam is weer jong Joods leven. Kinderen bestuderen de talmoed en de thora, ze verdiepen zich in de Joodse cultuur. Het is zoals de talmoed zegt: De wereld blijft alleen bestaan door de onschuldige adem van kinderen die leren.”
Stukje muur
Het Rotte’s Mannenkoor zet de plechtigheid luister bij met religieuze Joodse liederen. ”Sisoe w’giloe” (verheugt u!), zingt bariton L. van Gijsegem. Het Lied van de Achttien Dooden van Jan Campert blijft aangrijpend. „Opdat ik heenga als een man, als ik voor de loopen sta.” Carla Belinfante draagt een vijftal gedichten voor. Sommige zijn schijnbaar hopeloos, andere hoopvol. „Ze zijn vertrokken in een trein vol doden”, mijmert Anneke Hemrika.
Bij het laatste stukje muur aan de drukbevaren Maas leggen nabestaanden en andere betrokkenen kransen en bloemen. De orthodoxe rabbijn Jehoeda Vorst sluit de plechtigheid af met zangerige gebeden voor de doden: jizkor en kaddiesj. In het westen zoekt de zon de horizon. De schemering valt. Op Plein Loods 24 is het stil. Net zo stil als toen de laatste trein vertrokken was. Maar nu schijnt het licht.